Jorinde Molenaar: ‘Ik hou echt van alle drie deze vrouwen’
Wij spraken Jorinde Molenaar uitgebreid over haar geliefde serie De Zaanse cacaotrilogie, haar inspiratie, haar schrijfproces en natuurlijk over het allernieuwste deel Bittere strijd. In dit interview neemt ze je mee achter de schermen van haar schrijversleven én licht ze alvast een tipje van de sluier op over het derde, langverwachte deel. Eén ding is zeker: dit gesprek wil je niet missen!
In gesprek met Jorinde Molenaar
Wat inspireerde je om De Zaanse cacaotrilogie te schrijven?
Als meisje begon ik al met het schrijven van verhalen, en daar ben ik tijdens mijn studie mee doorgegaan. Vreemd genoeg hield dat helemaal op toen ik bij ons taalbureau dagelijks zakelijke teksten ging leveren aan bedrijven en organisaties. Dat gemis besefte ik pas goed toen ik een paar zomers geleden historische romans begon te lezen.
Heerlijk was dat! Ik liet me helemaal meevoeren in de wereld van vrouwen uit het verleden. Ik betrapte mezelf erop dat ik begon te kijken: hoe doet zo’n schrijfster dat, hoe weet ze iemand uit een voorbije tijd zo goed tot leven te brengen?
Voordat ik het wist, was ik aantekeningen aan het maken over technische details van het vertellen van zo’n verhaal. Al gauw kwam het idee dat ik er iets mee moest doen. Daarna ging het snel.
Omdat ik ben opgegroeid in de Zaanstreek en daar nu weer woon, bedacht ik dat het voor de hand lag om gebruik te maken van de Noord-Hollandse geschiedenis. Je moet altijd uitgaan van je kern, van de plek waar je vandaan komt en van de achtergrond daarvan. Wat paste daar beter bij dan een verhaal over sterke vrouwen in een typisch Zaans vakgebied: de cacaoverwerkende industrie?
Wat was de grootste uitdaging bij het schrijven van Bittere strijd?
Het hele schrijfproces was eigenlijk een enorme uitdaging. Mijn oorspronkelijke idee was om een roman te schrijven. Zo’n boek is al heel wat langer dan de verhalen die ik vroeger schreef of de rapporten en verslagen die ik op mijn werk maak.
De eerste versie ging alleen over Noor: een vrij dikke roman die zich afspeelde in de negentiende eeuw. Ik durfde het niet eens aan iemand anders te laten lezen, want ik was er totaal niet tevreden over. Ik wilde meer, ik wilde iets beters!
Langzamerhand rijpte het idee dat ik met Noors verhaal pas een eerste stap gezet had. Dit moest onderdeel zijn van een groter geheel. Als ik echt iets wilde vertellen over de manier waarop vrouwen zich staande houden in een mannenwereld – ondanks of misschien juist door het voortwentelen van de geschiedenis – dan moest ik het verhaal breder trekken.
Ineens zag ik het voor me. Mijn verhaal moest een trilogie worden. Over Noor, over Noors dochter en over Noors kleindochter. Met die drie vrouwen kon ik bijna de hele twintigste eeuw gebruiken.
Toen ik dat eenmaal wist, viel alles op z’n plek. Het oerboek dat ik over Noor geschreven had, heb ik geplunderd voor de uitwerking van mijn idee. Dat klinkt erger dan het is, want volgens mij vond Noor dat prima. Het was aan alles te merken dat ze zich veel meer op haar plaats voelde in deze nieuwe opzet.
Hoe combineer je feit en fictie in je romans?
Andere schrijvers zullen misschien raar opkijken van de enorme hoeveelheid research die ik doe voor mijn boeken. Misschien is dat ook wel wat overdreven, maar ik wil nu eenmaal echt alles weten over de periode waarin mijn personages leven, over de plekken waar ze wonen en werken, over de manier waarop ze met hun vak bezig zijn. Dat moet ik gewoon, want anders is het voor mij onmogelijk om me goed te verplaatsen in wat ze denken, voelen en doormaken.
In de praktijk houdt die aanpak in dat ik net een historicus ben. Toen ik met mijn voorbereiding begon, besteedde ik erg veel tijd aan het lezen van boeken over de regionale geschiedenis en aan nazoekwerk over allerlei details – niet alleen via internet, maar ook echt in archieven. Ik ben zelfs in fabrieken gaan kijken om te zien hoe ze cacao verwerken en chocolade maken. Mijn partner zei op een gegeven moment: ‘Weet je wel zeker dat je een roman gaat schrijven en niet bezig bent met een proefschrift?’
Daar lachte ik toen om, maar tegelijkertijd wist ik dat ik geen keus had. Zo werk ik nu eenmaal. Ik wil alles weten, zodat ik het vervolgens kan laten bezinken en dan mijn eigen verhaal kan vertellen. Met al dat materiaal op de achtergrond voor de personages over wie ik schrijf.
Wat hoop je dat lezers voelen of meenemen na het lezen van jouw boeken?
Voor mijzelf kwamen Noor en de mensen om haar heen echt tot leven toen ik over ze aan het schrijven was. Af en toe gingen ze ook echt met mijn verhaal op de loop, zodat alles ineens anders ging dan ik het van tevoren bedacht had. Heel raar is dat, maar wel een mooie ervaring.
Wat ik hoop is dat mijn lezers ook zo kunnen meevoelen met Noor, Vera en Marloes. Er gebeurt zoveel met ze. Wat ik die arme Noor allemaal niet heb laten beleven… Soms voelde ik me daar echt schuldig over.
Toch was dat allemaal nodig voor het grotere verhaal. Het gaat niet alleen om cacaoverwerking in de Zaanstreek en over de historische gebeurtenissen. De drie vrouwen in mijn trilogie proberen uit alle macht hun familiebedrijf in stand te houden. Dat doen ze met liefde voor het vak van het chocolade maken, met eerlijkheid tegenover de mensen om hen heen en vooral ook met de wonderbaarlijke kracht van vastberadenheid. Daardoor stijgen ze boven zichzelf uit. Dat wil ik laten zien.
Wat kunnen we volgens jou leren van vrouwen als Noor en Vera?
Noor en Vera zijn, elk op hun eigen manier, zulke indrukwekkende, formidabele vrouwen. Ze worstelen allebei met persoonlijke obstakels, met hun relaties, met hun moederschap, met de manier waarop ze hun werk moeten zien te combineren met een soms akelig lastig privéleven. Intussen geven ze leiding aan een voortdurend groeiend bedrijf en moeten ze hun plek zien te vinden in een wereld die ingrijpend verandert.
Natuurlijk hebben we allemaal te maken met uitdagingen: vooroordelen, liefdesperikelen, familiegedoe, de moeilijke keuzes die gepaard gaan met persoonlijke groei. Noor, Vera en ook Marloes, de derde generatie, laten zien wat er voor nodig is om een familiebedrijf in de loop van tientallen jaren te laten voortbestaan.
Daar heb je natuurlijk een uniek productaanbod voor nodig en een sterke band met de lokale gemeenschap. Maar je redt het niet zonder vast te houden aan stevige familiewaarden, ook al is dat niet altijd makkelijk. Juist daaruit blijkt de kracht van de karakters van deze drie vrouwen, hoeveel ze onderling ook verschillen.
Kun je ons al iets meer vertellen over het derde deel van de trilogie?
Deel drie ben ik nu aan het schrijven. Dat is zowel heerlijk als afschuwelijk. Heerlijk omdat de lijnen die ik heb uitgezet in de eerste twee delen nu samenkomen en nog meer verweven raken tot één geheel – een dwingend proces. En afschuwelijk omdat hierna het verhaal van deze drie vrouwen klaar is. Afgelopen. Onherroepelijk.
Deel één was het verhaal van Noor. Zij speelt natuurlijk ook mee in deel twee en zelfs nog in deel drie, maar de aandacht verschuift. Deel twee is het domein van Vera, een krachtige vrouw die uit de schaduw van haar sterke moeder treedt. En in deel drie neemt Marloes de leiding over. Zij is echt een geweldige meid, die heel anders in het leven staat dan haar moeder en haar grootmoeder – al heeft ze natuurlijk meer met hen gemeen dan ze zelf zal willen toegeven.
Met Marloes verandert alles, zoals de hele wereld haast onherkenbaar anders werd in de tweede helft van de twintigste eeuw. Marloes maakt haar eigen keuzes. Zij leidt het familiebedrijf een geheel nieuwe fase in. Zonder daarbij de kernwaarden uit het oog te verliezen die bij haar moeder, bij haar grootmoeder en ook bij haar overgrootouders centraal hebben gestaan in de beoefening van hun vak.
De liefde voor het ambacht, de passie voor het product, het respect voor de mensen met wie ze werken en de verantwoordelijkheid die hoort bij hun functie: dat hebben deze fantastische mensen met elkaar gemeen.
Ik hou echt van alle drie deze vrouwen. Het is net alsof ze inmiddels bij mijn eigen familie horen. Eigenlijk zie ik er nu al tegenop dat straks het slotdeel van de trilogie klaar zal zijn. Want dan ga ik ze vreselijk missen.
De boeken in De Zaanse cacaotrilogie
Het tweede deel van De Zaanse cacaotrilogie
Laat je opnieuw meevoeren naar het heerlijke, historische Zaandam in bittere strijd.
Zaandam, de oorlogsjaren. Vera’s leven verandert ingrijpend tijdens de bezetting als maar liefst 27 werknemers van de Veenstra-fabriek – onder wie haar eigen vader – door de Duitsers worden meegenomen. Ze ziet zich gedwongen om de bedrijfsleiding over te nemen van haar zwaar getroffen moeder. Met hulp van sterke vrouwen probeert Vera de onderneming draaiende te houden en te zorgen voor iedereen die op haar rekent. Lukt het Vera om het familiebedrijf door de cruciale oorlogsjaren heen te slepen?
Het eerste deel in De Zaanse cacaotrilogie
Vol Nederlandse geschiedenis, aansprekende personages, begeleid door de geur van chocola.
In Zaandam rond de Eerste Wereldoorlog vindt een noodlottig ongeval plaats. Noor Veenstra, de jonge dochter van de directeur van Veenstras Cacaofabriek, voelt zich gedwongen om de leiding te nemen in het familiebedrijf. Ze worstelt met tradities, ambitie en hartzeer, waarbij zakelijke uitdagingen een groot beroep doen op haar creativiteit en incasseringsvermogen. Als vrouw in een mannenwereld wordt het haar niet makkelijk gemaakt. Vriendschappen en liefdes worden op de proef gesteld. In een wereld waarin verandering de enige constante is, bepalen Noors keuzes haar eigen toekomst en die van het bedrijf.