Aan het bureau van… M.L. Stedman

Dit jaar verscheen de prachtige en meeslepende roman van M.L. Stedman Een leven zo ver. Het verhaal voert je naar het uitgestrekte West-Australië van 1958, waar één noodlottig ongeluk het leven van de familie MacBride volledig ontwricht. Tegen de indrukwekkende achtergrond van de outback schrijft Stedman over verlies en veerkracht, maar ook over de vraag hoever we bereid zijn te gaan om te beschermen wat, en wie, ons het meest dierbaar is. Wij spraken M.L. Stedman over haar roman en hoe zij zich voorbereid.
Waar ontstaat het idee voor zo’n uitgebreid plot?
Dat is voor iedereen natuurlijk anders. Ik plan niet wat ik schrijf – het idee ontstaat gewoon, meestal vanuit een beeld dat ik in mijn hoofd heb of een willekeurige gedachte. De setting is voor mij altijd cruciaal, en West-Australië voelt als een natuurlijke locatie voor mijn verhalen. Ik schrijf graag over complexe vraagstukken, omdat ze geen ‘juist’ antwoord hebben. Ze dwingen ons om onze onderliggende waarden te onderzoeken. Net als bij Het licht van de zee staan er in dit verhaal meerdere dilemma’s centraal.
Ik heb een héle lange periode aan het verhaal geschreven, en het is in de loop der jaren natuurlijk gegroeid en heeft zo zijn vorm gekregen. Personages doken stukje bij beetje op, uit het niets; soms werden ze aangezet door het zien van een gezicht, of het horen van een zin, en soms materialiseerden ze gewoon wanneer ik me een scène begon voor te stellen. Het proces is voor mij nogal mysterieus.
Wat was de rol van onderzoek in deze roman?
Onderzoek is een van mijn favoriete aspecten van het schrijven. Voor dit boek heb ik veel gereisd in West-Australië, veel gelezen en vooral veel geluisterd: naar mensen; naar het geluid van de wind in de bomen en de nachtdieren in de Australische bush; en bovenal naar de diepe stilte die in de verre oorden die ik beschrijf heerst. Ik heb lange tijd in archieven doorgebracht en oude documenten bestudeerd die mijn vingers bedekten met het rode stof dat de pagina’s bekleedde. Ik had ook het ongelooflijke geluk om met herders te spreken, vergelijkbaar met ‘ranchers’ uit de VS, met geologen en met andere mensen van de generatie uit het welvarende Australië van de twintigste eeuw. Hun verhalen begeleidden mijn onderzoek. Ik bestudeerde rotsen en schapen (ik heb zelfs geholpen bij het scheren van een hamel, onder zeer nauwlettend toezicht natuurlijk!). Ik bezocht verschillende schapenboerderijen, soms liftte ik mee in kleine vliegtuigjes om afgelegen gebieden te bezoeken, of leverde ik voorraden aan een boerderij die door overstromingen was afgesloten van de wegen.
Ik moet vooral de bibliothecarissen en archivarissen bedanken, de onbezongen helden die de ‘vergetelheid’ op afstand houden. In dit tijdperk van soberheid en automatisering vrees ik dat deze waardevolle bronnen van kennis een bedreigde diersoort zijn. Maar computers zouden hun wijsheid en enthousiasme nooit kunnen vervangen.
Heb je organisatorische trucjes, bijvoorbeeld voor het plot of de tijdlijn?
Als het op schrijven aankomt, ben ik zowel georganiseerd als ongeorganiseerd. Ik ben georganiseerd in de zin dat ik er tijd voor vrijmaak – achter je bureau zitten vergroot namelijk de kans dat je daadwerkelijk iets schrijft. Ik behoor niet tot die schrijvers (waar ik trouwens erg jaloers op ben!) die kunnen zeggen: ‘Ik heb een uurtje over tussen evenementen op een festival, dus ik schrijf een paar pagina’s van mijn roman.’ Ik heb lange, ononderbroken periodes nodig om te kunnen schrijven.
Ik denk dat het belangrijk is om uit te zoeken hoe je zelf het beste schrijft, en dat vervolgens toe te passen. Als je een planner bent, plan dan. Als je dat (net als ik) niet bent, en het verhaal zich ontvouwt zodra je vingers het toetsenbord raken, maak je dan geen zorgen over het ontbreken van een plan. Ik schrijf niet in chronologische volgorde. Vaak zijn scènes totaal niet met elkaar verbonden, en dan, na verloop van tijd, vormen zich vanzelf kleine verbanden en vallen de puzzelstukjes plotseling op z’n plek. Het is natuurlijk riskant – je moet bereid zijn om ideeën weg te gooien waar niks uitkomt. Maar door dit te doen en erachter te komen wat het verhaal níét is, ontdek je ook wat het verhaal wél is. Voor mij is de truc om te blijven schrijven, geduld te hebben en erop te vertrouwen dat het goedkomt.
Heb jij Een leven zo ver al gelezen?